Wetsvoorstel implementatie UBO-register - Het einde van uw privacy?

Geplaatst op: 08-05-2017 13:34:00

Wetsvoorstel implementatie UBO-register - Het einde van uw privacy?

 

 


Eerder berichtten wij al over de vierde anti-witwasrichtlijn (Richtlijn) op grond waarvan ook Nederland voor 26 juni a.s. een 'UBO register' moet invoeren. Inmiddels is er een wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbende (het Voorstel) gepubliceerd.

In het Nederlandse UBO register (UBO register), dat door de Kamer van Koophandel zal worden beheerd, moeten de uiteindelijk belanghebbende(n) (UBO) van rechtspersonen en ondernemingen worden geregistreerd en (de aard en omvang van) het belang van de UBO. Slechts enkele rechtspersonen en ondernemingsvormen worden daarvan vrijgesteld. De wetgever heeft het voorstel een maand ter consultatie voorgelegd.

 

Vanuit meer dan 40 belangorganisaties en beroepsgroepen die met de gevolgen van het Voorstel te maken krijgen, is gereageerd. Ook in de media heeft het Voorstel de nodige aandacht gekregen. Er is veel kritiek geuit op de keuzes die in het Voorstel worden gemaakt, omdat deze verder reiken dan de minimum vereisten in de Richtlijn. Deze stellen wij hierna kort aan de orde.

 

Notaris Corrine Holdinga van ons kantoor is als lid van de Vereniging van Notarieel Ondernemingsrecht Specialisten nauw betrokken geweest bij de reactie namens de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie.

 

Wij vermelden hier de belangrijkste en meest aangehaalde kritiekpunten op het Voorstel met een korte uitleg daarbij.

 

Kritiekpunten op het Voorstel

De belangrijkste punten van kritiek op het voorstel zijn de volgende:

-        openbaarheid van een aantal belangrijke persoonlijke gegevens van een UBO;

-        geen invulling in de wet zelf aan de criteria van een UBO;

-        verplichting tot terugkoppeling van gegevens van een UBO door instellingen die de WWFT moeten naleven;

-        invulling van uitgezonderde instellingen; en

-        gevolgen voor het Nederlandse vestigingsklimaat.

 

Openbaarheid van het UBO register

Het doel van de Richtlijn is voorkoming en bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme. Er is dan ook geen bezwaar tegen het inzage recht in het UBO register voor overheidsinstanties aan wie deze taak is opgedragen. Zoals wij eerder meldden krijgen op grond van de Richtlijn ook andere personen zoals onderzoeksjournalisten het recht bepaalde informatie op te vragen.

 

De Ministers van Financiën, Veiligheid en Justitie en Economische zaken hebben vanuit praktische overweging besloten het UBO register voor iedereen openbaar te maken voor zover het betreft: (i) de naam, (ii) geboortemaand, (iii) geboortejaar, (iv) nationaliteit, (v) woonstaat en (vi) aard en omvang van het gehouden belang. De Ministers stellen dat er voldoende bescherming is, omdat degene die inzage in het UBO register wenst, wordt geregistreerd en voor de inzage een vergoeding wordt gevraagd.

 

Aangenomen wordt dat met een (eenvoudig) onderzoek het mogelijk is ook andere gegevens van de UBO te achterhalen en mede aan de hand daarvan een inschatting te maken van bijvoorbeeld de waarde van het door de UBO gehouden belang.

 

De inbreuk op de privacy van de UBO en de mogelijke risico's die dat met zich meebrengt voor de UBO en zijn familie zijn niet in verhouding tot het doel dat met het UBO register wordt beoogd en dit wordt onvoldoende in overweging genomen. In geval van risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld en intimidatie kan de UBO bij de Kamer van Koophandel om afscherming van een deel van deze gegevens verzoeken. De vraag is hoe de Kamer van Koophandel dergelijke verzoeken kan beoordelen.

 

Minderjarigheid van de UBO is een reden tot indienen van een te honoreren verzoek, maar automatische afscherming van de gegevens van een minderjarige UBO zal niet plaatsvinden.

 

Nog afgezien van de vraag hoe de identiteit van degene die de informatie opvraagt, wordt gecontroleerd en het feit dat de UBO zelf geen inzage krijgt in wie ten aanzien van hem gegevens heeft verkregen, wordt voorbij gegaan aan het feit dat verstrekte inlichtingen daarna zonder controle verder 'verhandeld' kunnen worden.

 

Invulling van het begrip UBO

Het wetgevingsproces is in Nederland met waarborgen omgeven. Een voorbeeld daarvan is de controle daarop door het parlement. Door nu juist de invulling van de definitie van een UBO in een uitvoeringsregeling (het Handelsregisterbesluit) uit te werken en niet in de wet zelf, hoeven deze waarborgen niet te worden nageleefd.

Het voorstel lijkt ook in te houden dat aangegeven moet worden binnen welke bandbreedte het belang of de invloed van de UBO valt.

 

Het is begrijpelijk dat de Ministers een flexibele regeling voor ogen hebben en snel willen kunnen inspelen op gewijzigde omstandigheden, maar dit voorstel staat op gespannen voet met de Nederlandse zorgvuldigheidsnormen voor het opstellen en wijzigen van wetten.

 

Terugkoppelingsverplichting van gegevens UBO

De notaris, die als WWFT instelling is aangemerkt, dient te controleren of de gegevens in het UBO register in overeenstemming zijn met de gegevens die aan hem bekend zijn. Als de notaris meent dat deze niet op elkaar aansluiten, moet de notaris daarvan melding doen bij de Kamer van Koophandel. De documenten die aan het UBO register ten grondslag liggen, zijn echter niet voor de notaris beschikbaar.

Deze aan de notaris opgedragen controle kan tot verwarring leiden en bovendien staat deze taak op gespannen voet met de geheimhoudingsverplichting van de notaris. Het niet naleven van dit voorschrift levert voor de notaris een economisch delict op.

 

Uitgezonderde instellingen

Er is gekozen voor uitsluiting van de verplichting tot opgave van de UBO voor bepaalde rechtspersonen zoals kerkgenootschappen. Het lijkt voor de hand te liggen dat ook voor bijvoorbeeld algemeen nut beogende instellingen (ANBI), die op grond van voorschriften van de Belastingdienst al gegevens openbaar moeten maken, een uitzondering op te nemen.

 

Gevolgen voor het Nederlandse vestigingsklimaat

De keuzes die de Ministers voorstellen kunnen van grote invloed zijn op de keuzes die (familie)onderneming zullen maken met betrekking tot de structurering en vestiging van hun (holding)bedrijven. Dit kan gevolgen krijgen voor bijvoorbeeld werkgelegenheid in Nederland. Omliggende landen die de Richtlijn meer strikt dan Nederland uitvoeren en niet EU landen kunnen een aantrekkelijk alternatief lijken als de ondernemer privacy bovenaan zijn prioriteitenlijst heeft staan.

 

Wie moet opgave van de UBO doen en wanneer moet deze plaatsvinden?

De verplichting tot opgave van een UBO rust op iedere bestuurder (of bij afwezigheid daarvan op degene die belast is met de dagelijkse leiding) of op de eigenaar van een onderneming. Niet nakoming van deze verplichting is een economisch delict en kan een boete van EUR 20.500 tot gevolg hebben of een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.

Zoals wij hiervoor al gemeld hebben, is een notaris als WWFT instelling op grond van het Voorstel verplicht (terug)melding aan de Kamer van Koophandel te doen ten aanzien van de UBO van zijn client indien de door de notaris vastgestelde UBO niet dezelfde persoon is als de UBO die in het UBO register is vermeld.

Volgens het Voorstel moet de opgave van de UBO ten aanzien van rechtspersonen en ondernemingen die voor 26 juni a.s. bestaan en in het handelsregister zijn ingeschreven of waarvan de opgave voor de inschrijving in het handelsregister is gedaan voor eind december 2018 plaatsvinden. Voor de overige rechtspersonen en ondernemingen dient de opgave direct bij inschrijving daarvan in het handelsregister plaats te vinden.