het UBO register, een update

Geplaatst op: 11-02-2016 19:21:00

In zijn brief aan de tweede kamer van 10 februari jl. geeft minister Dijsselbloem aan hoe hij, samen met de ministers van V&J en EZ, het UBO Register voor zich ziet. Een concreet wetsvoorstel is er nog niet.


In zijn brief aan de tweede kamer van 10 februari jl. geeft minister Dijsselbloem aan hoe hij, samen met de ministers van V&J en EZ, het UBO Register voor zich ziet. Een concreet wetsvoorstel is er nog niet.

 

Ter herinnering: op grond van de vierde EU antiwitwasrichtlijn moeten alle lidstaten uiterlijk op 26 juni 2017 een UBO Register instellen, waarin voor alle rechtspersonen kan worden nagegaan welke personen daarvan de uiteindelijk gerechtigden zijn. De richtlijn laat bepaalde aspecten van het register over aan de nationale wetgeving van de lidstaten.

 

Wat betreft de vraag welke juridische entiteiten in het register moeten worden opgenomen geeft de minister aan dat zoveel mogelijk zal worden aangesloten bij de entiteiten die in het handelsregister worden opgenomen. Anders dan in de literatuur wel werd gesuggereerd, zullen dus ook personenvennootschappen in het register worden opgenomen. Alleen eenmanszaken en publiekrechtelijke rechtspersonen zullen niet worden opgenomen.

 

De minister zegt het belang van bescherming van privacy van UBO's zorgvuldig te hebben afgewogen tegen het belang van het tegengaan van misbruik van rechtspersonen. Deze afweging heeft in het voordeel van laatstgenoemd belang uitgepakt: het register wordt openbaar, zij het dat daarin uitsluitend de volgens de richtlijn minimaal te verstrekken gegevens van de UBO worden opgenomen. Daartoe behoren in elk geval de naam van de UBO en de aard en omvang van zijn economische belang in de entiteit. Adressen behoren er niet toe.

 

Kosten en uitvoerbaarheid spelen bij deze keuze ook een rol. De minister geeft aan dat een beperktere toegang slecht controleerbaar en uitvoerbaar zou zijn en hoge kosten met zich mee zou brengen. De groep die inzage krijgt zou niettemin heel breed zijn. Opgemerkt wordt dat ook andere lidstaten zullen kiezen voor de eenvoud van openbaarheid van het register.

 

De invulling van het vage begrip 'legitiem belang' uit de richtlijn, bepalend voor de eventueel te hanteren voorwaarde waaronder derden toegang tot het register krijgen, is daarmee niet meer van belang. Iedereen krijgt inzage, zoals iedereen inzage heeft in het Handelsregister. Wel zal iedere gebruiker worden geregistreerd en een vergoeding voor  inzage moeten betalen. Verder opent de minister de mogelijkheid, ook genoemd in de richtlijn, om in individuele gevallen te bezien of gegevens moeten worden afgeschermd vanwege risico's op bijvoorbeeld kidnapping of bedreiging.

 

Het beheer van het register zal naar alle waarschijnlijkheid aan de Kamer van Koophandel worden toegewezen. De minister wijst op de overeenkomsten met het Handelsregister voor wat betreft toegankelijkheid, betrokken entiteiten en aanlevering van informatie.

 

Het Centraal Aandeelhouders Register is bedoeld voor andere gegevens dan het UBO Register, maar is tevens ingegeven door bestrijding van misbruik van rechtspersonen. Volgens de minister leidt gelijktijdige ontwikkeling van beide registers tot knelpunten. Aangezien een Europeesrechtelijke verplichting aan het UBO Register ten grondslag ligt, krijgt dat register prioriteit en wordt het CAHR op de langere baan geschoven.