Europees Parlement akkoord met UBO-register

Geplaatst op: 22-05-2015 12:59:00

Europees parlement akkoord met UBO-register

Op 20 mei jongstleden heeft het Europees Parlement de vierde anti-witwasrichtlijn aangenomen. Belangrijk onderdeel van de richtlijn is de invoering van een UBO-register.


Die richtlijn werkt niet rechtstreeks in Nederland, maar moet binnen twee jaar in de wet worden opgenomen. Dat zal gebeuren door een wijziging van de Wet op het financieel toezicht (Wft).

Belangrijk onderdeel van de richtlijn is de invoering van een UBO-register, waarin de uiteindelijk belanghebbenden van alle rechtspersonen en andere juridische entiteiten worden opgenomen, met vermelding de aard en omvang van hun belangen.

Dit UBO-register baart ondernemers een aandeelhouders van familiebedrijven die prijs stellen op hun privacy vanzelfsprekend zorgen.

 

1. Wie zijn uiteindelijk gerechtigden?

De uiteindelijk gerechtigden (UBO's) worden in de richtlijn gedefinieerd. Het gaat altijd om natuurlijke personen.

In de eerste plaats is iemand UBO van een entiteit indien hij een (economisch) belang van meer dan 25% heeft in het kapitaal daarvan. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om (certificaten van) aandelen in een BV of NV of om een aandeel in de winst van of economische deelgerechtigdheid in een CV.

Heeft iemand een dergelijk belang niet, dan is hij UBO indien hij meer dan 25% van de stemrechten kan uitoefenen in het hoogste orgaan van de betreffende entiteit (bij een BV of NV de algemene vergadering).

Wordt niet aan dit criterium voldaan, maar heeft iemand wel de feitelijke zeggenschap, dan is hij niettemin de UBO.

Soms is de structuur van een onderneming te gecompliceerd om een UBO aan te wijzen op grond van deze criteria. Belangrijk uitgangspunt van de richtlijn is evenwel dat elke entiteit een UBO heeft. In het uiterste geval moet een persoon (bijvoorbeeld een hoofdbestuurder) worden aangewezen om als de UBO te fungeren.

 

2. Hoe openbaar is het UBO-register

Het UBO-register is in principe geen openbaar register, zoals het handelsregister of het kadaster.

Wel krijgen instanties en instellingen die een rol spelen bij de bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme toegang tot het register. Dat zijn overheidsinstellingen en opsporingsdiensten, maar ook financiële instellingen en bepaalde beroepsgroepen, zoals advocaten, notarissen, belastingadviseurs en accountants.

Het aantal instanties en instellingen dat een rol speelt bij de bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme wordt steeds ruimer. Zo vallen makelaars en verkopers van waardevolle zaken (denk aan juweliers en autohandelaren) er ook onder. Het register komt daardoor wel steeds dichter bij het publieke domein.

De meest opvallende mogelijkheid om toegang tot het register te krijgen is die voor burgers, journalisten en organisaties die een aantoonbaar legitiem belang bij inzage hebben. Welke belangen daar precies onder vallen, is in de richtlijn niet uitgewerkt en wordt dus overgelaten aan de wetgever.

De hoop is dat in de wetgever een instantie zal creëren die van geval tot geval kan beoordelen of iemand die inzage wenst daar voldoende legitiem belang bij heeft.

Verder voorziet de richtlijn in de mogelijkheid om in de wet te regelen dat de toegang tot het register kan worden ontzegd op verzoek van een UBO, in verband met het risico op ontvoering en chantage dan wel vanwege te kwetsbaarheid van de UBO (bijvoorbeeld omdat deze minderjarig is). 

 

2.1 Indirecte aard UBO-register

Van belang is dat het UBO-register uitsluitend een verband legt tussen (het vermogen van) een bepaalde vennootschap en de natuurlijke personen die in die vennootschap - rechtstreeks dan wel indirect, ongeacht het aantal tussenliggende entiteiten - een belang hebben.

Het zullen in de eerste plaats vennootschappen zijn die een onderneming (met publieke exposure) drijven die in dat opzicht interessant zijn. Men zal bijvoorbeeld willen weten in hoeverre de personen die daarvan volgens het handelsregister de bestuurders zijn daarin ook een economisch belang hebben.

Het UBO-register geeft dus geen inzicht in de tussenliggende entiteiten die een belang hebben in de vennootschap. Het handelsregister kan dat inzicht wel verschaffen, maar alleen voor zover entiteiten een belang van 100% houden.

 

2.2 verband met centraal aandeelhoudersregister

Wel zal in de toekomst inzicht in de tussenliggende entiteiten kunnen worden verkregen via het Centraal Aandeelhoudersregister (CAR), zij het uitsluitend voor zover het daarbij om BV's en NV's gaat. Het betreft geen Europese maar nationale wetgeving, die nu nog in voorbereiding is

Het CAR zal worden ondergebracht bij het handelsregister, maar van belang is dat uitsluitend overheidsinstellingen en notarissen toegang zullen hebben tot dit register.

Er is geen enkele aanwijzing dat toegang tot het CAR zal worden verschaft aan andere dienstverleners, laat staan aan burgers, journalisten en organisaties met een 'legitiem belang'.

 

3. Verdere ontwikkelingen

We houden het nationale wetgevingsproces ter implementatie van de Europese richtlijn vanzelfsprekend nauwlettend in de gaten. Hetzelfde geldt voor het wetgevingsproces inzake de invoering van het CAR.

Voor vragen over onderwerpen die te maken hebben met structurering van particulier vermogen en ondernemingsvermogen in samenhang met de privacy van personen en families die daarin belangen hebben, zijn wij vanzelfsprekend beschikbaar.